Over slotenmaker Liedekerke

(Blijkens dit haardstedenregister bezat hij in 1600 enkele huizen.) Betreffende zijn papa Jan Michielsz, zilversmid, zal deze vermoedelijk dit woonhuis geërfd hebben met een zuidzijde van de Markt, waarin hij geboren werden. Uit ons aantekening in dit 4e Lopende Memoriael, zou men, ingeval dit ook niet betreffende elders al bleek, mogen besluiten, dat hij betreffende bestaan penseel in 1614 bereids prima zaken had gemaakt. De bedoelde aantekening luidt wanneer volgt: “

Tegen het eindpunt van een 17e eeuw zou de jenever de regio aangaande de brandewijn mits ‘hels vocht’ overnemen.

Op de hoek over de Burgwal betreffende een Jacob Gerritszstraat was de woning betreffende Robbrecht Symensz betreffende Nijl, welke met zijn ambacht was ‘pelletier’ of ‘peltenier’ - in dit frans pelletier - uiteraard pelsmaker ofwel bontwerker. Men weet dat geleerden, zowel ingeval kooplui, overheidspersonen, zo juist als edellieden, ook niet enkel op straat, doch in huis en in de vergaderzaal, met bont ‘gevoederde’ opperkleren droegen.

Op de noordwesthoek betreffende de Markt woonde aanvankelijk ons ‘cruyckebacker’, waarvoor het ‘forneis’ moest dienen. Dat fornuis verdween desalniettemin destijds bestaan opvolger, ons glazenmaker, het woonhuis betrok.

In dit bedrijvige Delft over de 17e eeuw schijnen de zenuwen betreffende de bewoners minder prikkelbaar geweest te bestaan dan thans (1882)

Waarschijnlijk hield deze commensalen (soort kamerbewoners), het de Latijnse schoolmeesters ook niet slechts vergund was, doch hen werden daarenboven vrijdom over bier toegestaan door de burgemeesters, ook met hun familie ‘ende oock de commensalen’ wegens zover zij er enig wens­ten te houden.

(Het kan zijn de gebruikelijke verdubbeling; nl. in het begin het uitheemse woord, en vervolgens de Nederlandse vertaling. Een kommensaal ofwel disgenoot welke ook niet in een kost was, zou de rector alleen stellig een contradictio in terminis hebben genoemd. In tegendeel gaat zelfs destijds de lust tot het declineren van ‘mensa’ wel niet zo krachtig bestaan geweest vervolgens een begeerte teneinde hetgeen ‘mensa’ met de op die leeftijd steeds hongerige maag  placht te bieden, te consumeren. ‘Fruges consumere nati’ zijn alle stervelingen maar inzonderheid jonge kommensalen die Latiums taal beginnen te beoefenen, in weerwil betreffende de pedagogische wenk het ‘plenus venter non studet libenter’

Lopende vanaf de Korte Breesteeg voorbij de westzijde betreffende de Koornmarkt noordwaarts op komen wij langs ons menigte aangaande brouwerijen. Tal over uithangtekens en gevelstenen gaven kleur en afwisseling met een huizen betreffende welke alsnog zeer bedrijvige, drukke buurt, waarover Bleyswijck in zijne Beschrijvinge schrijft. Onder andere wijst deze op ‘seeckere precisiteyt’, die een destijds zo bloeiende Delfse Koornmarkt ‘dapper (deed) verloopen’ en eindelijk geheel te niet kunnen.

Velen daarvan bestaan over ons plaatsnaam, ons huisnaam of ons uithangteken afkomstig. De naam Over Mierevelt vormde in overeenstemming met Soutendam daarop een uitzondering. Ze werden 't in het begin via hem gedragen, bestaan vader heette nog Jan Michielsz. Een benaming lijkt mijzelf ook niet met een uithangteken, doch veeleer juiste Franse merveille of dit Italiaanse maraviglio bestaan oorsprong te zijn verschuldigd. Het is een epitheton dat de schilder is verleend welke, bijvoorbeeld over Bleyswijck zegt “via sijn konst de genegentheden der Vorsten (had) weten te trekken”.

). Heel wat achternamen welke lees meer op man eindigen, beschikken over hun oorsprong te danken aan een festival het ons der voorouders uitoefende.

De bewoner was afwezig en kon zeker alleen geen aangifte doen, maar hoe de appelvrouw, die betreffende haar stalletje vóór de deur placht te zitten, zo exact wist, dat in dit woonhuis 3 stookplaatsen waren, en een kwartiermeesters dat ingeval juist aannamen, daarover geeft het register geen uitsluitsel.

Aansluitend verwijlen we een ogenblik bij een gevelsteen in het huis van Machtelt Aryens alvorens een Boterbrug te passeren. Op de gevelsteen aangaande het woonhuis staat een mythologisch gedrocht met dit onderschrift  ‘Inden Draeck ‘ afgebeeld.

De ‘Stadts Wage’ stond vanwege ‘memorie’ genoteerd. De bovenverdieping werd bewoond via  iemand welke een paar haardsteden aangaf. Deze aangifte kan zijn echter doorgehaald, waarschijnlijk daar deze onder de vrijdom aangaande het haardstedengeld viel.

Ik heb een gigantisch probleem. Mijn deur betreffende een slaapkamer is dichtgevallen buiten klink en toentertijd ik precies opstond een nachtelijke plaspauze merkte ik het iket ook niet meer uitkan.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *